Het oog van de Cycloon

Een cycloon is een formidabele thermodynamische machine die duizenden en duizenden kubieke kilometers lucht “verbruikt”. Die uiterst hevige luchtbewegingen wekken gigantische weersverschijnselen op die een aanzienlijke energie ontwikkelen, gelijk aan die van meerdere atoombommen per seconde!
Het oog van een tropische cycloon is een zone van kalme winden in het centrum van de cyclonale circulatie. Het wordt afgebakend door de oogwand, een muur van onweders waar de weersomstandigheden het extreemst zijn. Het is min of meer cirkelvormig en de kenmerkende diameter ligt in de orde van 30 tot 60 kilometer, hoewel die diameter sterk varieert naargelang de intensiteit van het systeem. De druk is er de laagste van het systeem, maar de temperatuur op hoogte ligt hoger dan die van de omgeving, in tegenstelling tot een klassieke depressie, die een koude kern heeft. Soms bevindt het oog zich niet in het centrum en draait of verplaatst het zich in verschillende richtingen rond het centrum van de cycloon. De golven komen echter samen onder het oog, waardoor de zee zeer gevaarlijk wordt.
Binnen de zone die door het oog bedekt wordt, ondergaat de lucht krachtige neerwaartse bewegingen. Die subsidentie werkt de vorming van wolken tegen en slaagt er vaak in ze te doen verdwijnen. Zo verklaart men de relatief onbewolkte hemel die je meestal in die zone waarneemt. Zo ook veroorzaakt die samendrukking van de luchtlagen naar beneden een stijging van de temperatuur; de temperaturen liggen dan ook vaak hoger binnen het oog dan erbuiten. Wanneer de luchtmassa’s de oceaan bereiken, nemen ze een wervelende beweging aan onder invloed van de corioliskracht en waaieren ze uiteen door een middelpuntvliedende kracht die ze naar buiten neigt te drijven. Tegelijk wordt de lucht die zich aan het oppervlak bevindt, boven de oceaan, op enige afstand van de cycloon, naar het centrum daarvan getrokken, dat wil zeggen naar het oog. De druk, zeer laag binnen het oog, kan vergeleken worden met een echte put die de lucht onweerstaanbaar aanzuigt. Die verplaatst zich in spiralen en tolt steeds sneller rond naarmate ze het centrum nadert. Ze botst op de middelpuntvliedende kracht die door de neerwaartse bewegingen van het oog wordt uitgeoefend. Resultaat, ze wordt bruusk de hoogte in geworpen. Die warme, lichte, zeer vochtige lucht veroorzaakt de vorming van enorme wolken. Het is dan een echte muur van onweerswolken die het oog van de cycloon omringt. De condensatie van de waterdamp geeft dan latente warmte vrij, wat het proces nog versterkt en in zekere zin de “brandstof” van de cycloon vormt.
Tegenover die kracht leert de natuur ons nederigheid, dat niets op aarde verworven is en dat onze bouwsels niet meer dan wind zijn. We moeten leren met haar om te gaan, naar haar te luisteren, in plaats van onszelf op te dringen.